Webservices vormen een (heel belangrijk) onderdeel van een Service Oriented Architecture (SOA). Realisatie van webservices vergt de nodige technische kennis en een scala aan standaarden, frame-works en design patterns. Webservices beginnen echter bij de business services. Realisatie van services begint dus bij de business vraag: "Voor wie, op welke wijze en waarom welke services?"
Wanneer deze vraag beantwoord is en we staan te trappelen van ongeduld om ons technisch vernuft op het toetsenbord los te laten is het goed nog eens te overzien wanneer een service zich eigenlijk een service mag noemen. Hieronder een verkorte versie uit het boek van Thomas Erl, Service Oriented Architecture.
Een service mag zich een service noemen als het voldoet aan de volgende voorwaarden:
1. Loose coupling
Services zijn autonoom en hebben geen inhoudelijk kennis van elkaar.
2. Service contract
Services communiceren alleen op basis van vastgelegde afspraken.
3. Autonomy
Services hebben volledige controle over de functionaliteit zie ze vertegenwoordigen.
4. Abstraction
Alleen de functionaliteit die is beschreven in het contract is beschikbaar als service.
5. Reusability
Services worden in kleine functionele eenheden opgedeeld om hergebruik te stimuleren.
6. Composability
Een service kan worden samengesteld uit meerdere services.
7. Statelessness
Services houden geen status informatie vast.
8. Discoverability
Services moeten "vindbaar" zijn.
.
maandag 7 september 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten